Filelol en fileleed

Voor diegenen onder u die net als ik dagelijks met de auto naar hun werk reizen, zal deze column heel herkenbaar zijn. Voor diegenen onder u die met de trein reizen (u zit nu waarschijnlijk op een overvol perron dit stukje op uw ipad te lezen, wachtend op een trein die er een half uur geleden al had moeten zijn) of de gelukkigen die op de fiets naar hun werk gaan (u zit nu als een verzopen kat, hijgend tegen de wind in te vloeken dat u eindelijk eens een regenpak moet kopen, Hollandse zomers zijn nat): lees en leef mee met de perikelen van een autoforens.

Zelf reis ik dagelijks 36km naar mijn werk, met mijn bijna 11 jaar oude autootje. En uiteraard diezelfde 36km aan het eind van de werkdag weer terug naar huis. De ochtendrit verloopt over het algemeen soepel en snel. Ik moet wel eerlijk bekennen dat ik om half zeven ’s ochtends vertrek en al op de weg zit als een groot deel van Noord-Brabant nog op één oor ligt of boven een eerste kop koffie hangt.
De enige keren dat ik iets zou kunnen vermelden over de ochtendrit is als het in de winter sneeuwt, vooral als dat onverwachts gebeurt. In ieder geval onverwacht voor de heren van Rijkswaterstaat. Die zien de bui niet altijd hangen en zijn daardoor weleens te laat met strooien. Maar die taferelen zijn een column op zich waard.

De middagrit naar huis levert dagelijks leuke en minder leuke taferelen op. Ik kan redelijk doorrijden tot aan het eerste knooppunt, waar van drie verschillende kanten 2-baans wegen bij elkaar komen. Dat zijn zes rijstroken die moeten samenvoegen naar twee rijstroken. U ziet het al voor zich? Ik ook, en met mij honderden anderen. We genieten er dagelijks van, stilstaand of langzaam rijdend. Eerste ergernisje: deze file wordt nooit genoemd bij de verkeersinformatie op de radio. Deze file bestaat dus niet. Ik sta in een spookfile.

Ik vermaak me meestal met in de rondte kijken naar de mensen die voor, naast en achter me stil staan. Ik zal er een paar beschrijven, ik weet zeker dat u ze herkent. Ik spreek voor het gemak over “hij”, maar alle types zijn net zo vaak “zij-en”.
De ongeduldige: staat voor u met zijn auto links half in de berm zodat hij langs de file kan kijken hoe lang die file nog is; staat achter u vastgekleefd aan uw bumper of trekhaak, u ongeduldig opruiend alsof u wel over de wachtenden voor u heen kan.
Een ander type is de fileflirter. Kan heel erg leuk zijn als het een aantrekkelijke heer is die op een grappige manier al flirtend de tijd verdrijft. Ik flirt in dat soort gevallen lustig terug en af en toe hoop ik dat de file nog uren duurt. Uiteraard zijn er de minder leuke fileflirters, meestal de niet zo aantrekkelijke mannen die het van een dure auto (lees leasebak) moeten hebben. Die kijken naar je met een vunzige blik in hun oogjes en je wilt al helemaal niet weten wat ze denken. Ik blijf in die gevallen stoïcijns voor me uit kijken en laat de man in kwestie zijn capriolen uithalen voor een ander publiek. De mensen achter mij vinden dit vaak heel hilarisch.
Tot slot nog de neuspeuteraar: deze zit op zijn gemak zijn hypofysen te kietelen en schraapt alles wat hij in zijn neus tegenkomt naar buiten. Dan wordt de vinger met daarop de buit goed bestudeerd. Er volgt een knip met de vingers waarop de buit naar buiten vliegt, of op de autostoel terecht komt. De tweede mogelijkheid is dat de vinger verdwijnt in de mond en de buit wordt verorberd. Als ze naar mij kijken maak ik het gebaar van “lekker hé?”.

Ondertussen is de stilstaande file veranderd in langzaam rijdend verkeer. Ik ben altijd nieuwsgierig naar de oorzaak van een file. Al rijdend lijkt er de eerste kilometers geen enkele oorzaak te zijn. Totdat er voor me ineens weer heel hard geremd wordt. Om niets. Of… ja toch wel. Er is een aanrijding op de andere weghelft en daar willen sommige mensen uitgebreid van genieten. “Kijkers naar een ongeval op de andere rijbaan”, rubbernekken worden ze tegenwoordig genoemd. Nog afgezien van het feit dat deze rubbernekken de reden zijn van de spookfile waarin ik mij bevind, zijn ze vaak oorzaak van een aanrijding op de weghelft waarop ze zich zelf bevinden. Voor mij zijn deze mensen ergernis nummer 1 op de weg. Ik zou weleens aan zo’n automobilist willen vragen waarom hij zo gefascineerd is door die aanrijding dat hij er voor bovenop zijn rem trapt. Is dat een morbide soort (leed)vermaak? Of een fascinatie voor andermans ellende? Een gemene vorm van blijheid dat het jouw auto niet is die daar op zijn kop ligt?

Als u zichzelf herkent in deze rubbernek, laat mij dan eens weten waarom u doet wat u doet? Het is eerlijke belangstelling van mijn kant. Uiteraard zal ik u ook eerlijk en ongezouten vertellen wat ik er van vind.

Voor iedereen op de weg, in de auto, trein of op de fiets: be careful out there!

© Anja, juli 2012.

Geschreven als opdracht voor de schrijfcursus van Schrijfatelier Alicia. Alicia bedankt voor de feedback en de verbeteringen!

This entry was posted in Verhalen and tagged , , , , , , , , , .

4 Comments

  1. Ellis 22/07/2012 at 11:00 #

    Hoi Anja, leuk geschreven, grappig en heel erg waar. Ik rijdt hetzelfde stuk alleen na de ochtendfile en in de staart van de avondfile. Zit meestal te smssen als ik stilsta, zal ook eens wat om me heen gaan flirten….. Gevaar is natuurlijk wel dat ik dan misschien tegen een lekker stuk aan zal botsen om contact te maken en een lange file zal veroorzaken. Gelukkig ben jij dan al voorbij dat knooppunt thuis je kat aan het aaien. Gr Ellis

  2. platoonline 25/07/2012 at 13:22 #

    Ha, je hebt even lekker je hart kunnen luchten. En dat doe je kundig. Goed geschreven ook. De lessen van Alice vallen in vruchtbare bodem. Nu rijd ik zelf geen auto (want dat mag niet zonder rijbewijs) maar ik zit vaak genoeg naast Maria om te weten dat het precies is zoals je zegt: bumperklevers, rijstrookgluurders, statige BMW rijders, snelle optrekkers en vooral die lui waar Maria zo'n hekel aan heeft. Dat zijn die kerels die al na 1 seconden luid toeteren als je niet meteen ziet dat het licht op groen springt. Tjonge, als je nog nooit een leuke Belgische vrouw Spaans hebt zien vloeken (Maria is Spaanse) moet je eens naast haar gaan zitten als het licht op groen springt. Je komt niet meer bij (van het lachen).

    Bedankt voor dit stukje. Het is uit het leven gegrepen.

  3. Anja 25/07/2012 at 20:19 #

    Ellis en Plato, dank je wel voor jullie complimenten!

    En Plato, ik ben nogal visueel ingesteld dus zie het helemaal voor me: Maria temperamentvol in het Spaans vloekend en jij daar heel hard lachend naast. Volgens mij zijn jullie een heerlijk stel samen!

  4. gewoonanneke 28/07/2012 at 09:36 #

    Ik heb dit stuk glimlachend en met herkenning zitten lezen. Ik reed ook iedere dag 45 km naar mijn werk alleen niet over de grote wel en in de 3 jaar tijd maar 1x file gehad omdat er een groot ongeluk op de A zoveel gebeurd was. Maar mensen kijken bij is echt mooi.. Herkende zomaar aardig wat mensen in jouw verhaal 😉

Post a Comment

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *

*
*